Herkomst, huidskleur, nationaliteit
Nederland is een immigratieland. Dat lijkt misschien een omschrijving die gisteren verzonnen is om de situatie van vandaag weer te geven, maar het tegendeel is het geval: Nederland is al eeuwenlang een immigratieland. Dat kwam en komt mede door de centrale ligging in Europa, de bloeiende havensteden en de handelstradities die Nederland een betrekkelijk open land maken. Daarbij geldt dat Nederland aantrekkelijk is vanwege de rijkdom en de relatieve godsdienstige en politieke tolerantie. Maar het omgekeerde geldt ook: juist ook doordat er zoveel mensen hier naar toe kwamen, behoort Nederland al vier eeuwen lang tot de rijkste landen van de wereld.
Mensen die van elders naar Nederland komen, worden in verschillende periodes met verschillende termen aangeduid. Kleurlingen, immigranten, vreemdelingen, buitenlanders, gastarbeiders of - nu veel gebruikt - allochtonen. Allochtoon heeft echter verschillende betekenissen. In officiële definities worden met de term allochtoon vaak mensen aangeduid die of zelf niet in Nederland geboren zijn of van wie tenminste een van de ouders niet in Nederland geboren is. Volgens deze brede definitie is 18,4% van de Nederlandse bevolking allochtoon (cijfers over 2002 van het Centraal Bureau voor de Statistiek). Hiertoe horen dan bijvoorbeeld ook Koningin Beatrix en prins Willem-Alexander; zij hebben beide een Duitse vader. In bijvoorbeeld de dagelijkse berichtgeving in de media staat het woord allochtoon veelal voor "niet-westerse allochtonen", dat wil zeggen mensen uit Turkije, Afrika, Latijns-Amerika en Azië met uitzondering van Indonesië en Japan. Deze groep vormt 9,7% van de Nederlandse bevolking, waarbij tweederde van hen behoort tot de zogenaamde eerste generatie allochtonen (dat wil zeggen zelf niet in Nederland geboren en tenminste een van de ouders in het buitenland geboren) en eenderde behoort tot de tweede generatie (zelf in Nederland geboren, tenminste een van beide ouders niet in Nederland geboren). De grootste groepen niet-westerse allochtonen in Nederland zijn Turken, Surinamers, Marokkanen en Antillianen. In het dagelijks taalgebruik noemt men iemand die er niet "typisch Nederlands" uitziet al snel allochtoon.

Sommige mensen vinden het bedreigend dat er mensen van elders naar Nederland komen; mensen met een andere culturele achtergrond, met een andere huidskleur, met een andere nationaliteit. Niet zelden spelen angst voor het onbekende en enig conservatisme waarbij men de eigen positie (sociale status, macht, materiële voorspoed) wil beschermen hierbij een belangrijke rol. Zoals al is aangegeven vormt discriminatie op grond van huidskleur of herkomst de grootste categorie in de klachten die gemeld worden bij anti discriminatie bureaus. Niet voor klachten maar wel voor informatie en uitgebreide documentatie is er ook het Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie (LBR). Op hun website www.lbr.nl is meer informatie te vinden over wat zij doen.

 
 
 
 
 
PRINTEN